Voorbeelden van het gebruik van Zit je in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Christus zit tussen je dijen, alleen zijn baard is korter.
Wel gast, nu zit je in grote problemen… met je vrouw.
In wat voor problemen zit je?
Hier zit je in de derde dimensie van wat we collectieve dimensionaliteit noemen.
Zit je hier al lang?
Hoe lang zit je al in haar?
Hij zit op je schouder.
Zit je ermee dat ze hier is?
Dan zit je zonder een derde van je arbeiders vanaf morgenavond.
We doen het gewoon. Waar zit je, Mickey?
Op welk punt van de menstruatiecyclus zit je?
Waar zit je nu?
Zit je soms met z'n gehuil?
Zit je hier al mee sinds je thuiskomst?
Het zit om je pols.
Zit je er niet mee
Dorfman, waar zit je?
Zoek niet naar vrienden zonder gebreken, want dan zit je levenslang zonder.
Of zit je daar gewoon- verbijsterd en je kunt je niet bewegen?
Waar zit je, ukke-pup?