Voorbeelden van het gebruik van Zitten in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Rond het havengebied zitten restaurants, cafés en bars.
Zoals je kunt zien, zitten die tekens niet op haar nek.
Wat denkt u dat dit gebeurt wanneer u zitten te mediteren?
Sonia, waarom kom je niet naast me zitten.
Zal ik zolang even bij je komen zitten?
Waarom kom je niet hier zitten mijn witte kleine broer.
Op de Garissa University College zitten studenten uit heel Kenia.
Daarna kom ik bij je in bad zitten om je haren te wassen.
Als ik in een restaurant ben, wil ik niet in het midden zitten.
Bij het populaire ontbijtmenu van het hostel zitten een paar echte juweeltjes;
Roodkapje, je hebt iets op je kin hebt zitten.
Zitten en eten.
Leren praten, leren zitten, lopen, communiceren met andere kinderen.
We gaan hier zitten en doen niets?
J-jij laat me hier zitten en met heer praten.
Er moet een patroon in zitten, elke code berust op een patroon.
Zitten. Iedereen. Zitten! .
Zitten, allemaal.
Op de handschoen zitten vezels die overeenkomen met het haar van Nicole.
Iedereen zitten, behalve Ms. Bingum.