Voorbeelden van het gebruik van Zitten in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
We zitten al in de problemen vanwege een reactor.
Ze kan niet gaan zitten.
Voor een deel zitten we met de erfenis van Freud, een pessimist.
moet je drie of vier jaar zitten.
We laten de bouw-ingenieurs in ons los want we zitten met een probleem!
anders blijft hij een nacht zitten.
Ik moet nog 10 maanden zitten.
Je had me moeten laten zitten.
Ik zou hem moeten laten zitten.
Ik wil niet weer zitten.
Ik ga niet zitten.
Hij gaat niet meer zitten.
Jij wilde dat ik zou blijven zitten.
We zitten op internationale wateren.
We zitten midden in een moordproces.
Volgens mij zitten we op de vijfde verdieping.
We zitten met Henry in het kartel.
Over enkele minuten zitten we in de lucht.
De algen zitten op de stenen.
We zitten midden in een gesprek.