Voorbeelden van het gebruik van Zondigen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
ik nooit meer zal zondigen.
We wilden zondigen.
Ik kan niet langer zondigen, dag in, dag uit.
Als we niet mogen zondigen dan kunnen we beter over theologie praten.
Geef me een kans om het goed te maken… dan zal ik nooit meer zondigen.
Hij wil niet dat we zondigen.
Zaad blijft in hem, omdat hij is geboren en hij kan niet zondigen.
Maar zij bleven tegen hem zondigen.
Laat me eervol zijn of laat me zondigen.
En door jouw genade… zal ik niet meer zondigen.
Heer, vergeef me, want ik ga zondigen.
Ik zal niet meer zondigen.
Dan zal ik nooit meer zondigen.
Was je aan het zonnen in Capri of aan 't zondigen in Kroatië?
Uw belofte heb ik in mijn hart geborgen, zo zal ik niet tegen u zondigen.
Proberen niet met zondigen om haar verlangens te breken.
Kan iemand zondigen voor een beter doel?
Zondigen met een onschuldig….
De mensheid blijft zondigen, tenzij wij er een einde aan maken.
Zondigen zal haar niet gelukkig maken.