Voorbeelden van het gebruik van Babbelen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Op de achtergrond hoorde ik mijn broers en zussen babbelen en lawaai maken.
Helemaal als ik ze hoor babbelen op de radio.
Met behulp van onze webcam babbelen is volledig gratis.
Gewoon babbelen, Prudence.
Hij zal wankelen en babbelen indien hij ondervraagd wordt.
Aan het werk en niet babbelen!
Onduidelijke babbelen.
Het zou aardig zijn als u met me kunt babbelen.
We gaan eerst met hem babbelen.
Goede timing, we gingen net babbelen.
Terwijl Hemmes zijn pols met tape inzwachtelt, babbelen ze voort.
Of blijven gewoon verder babbelen.
Verminderd babbelen of wind ruis dankzij ingebouwde microfoon*.
Maar laten we eerst even wat babbelen.
We kunnen gewoon babbelen.
Drie meisjes die met hun smartphones bij de campus babbelen.
Heather, ik heb Diane veel horen babbelen over je.
Gewoon babbelen.
Mevrouw Oho? Waarom bent u aan het babbelen zo laat op de avond?