Voorbeelden van het gebruik van Buren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We waren buren hier in Californië.
Nu ga ik naar het feestje van de buren.
Een sterk partnerschap met onze buren, dat ons allen sterker maakt.
Buren zagen de deur openstaan.
Wij zijn buren.
Buren zeiden dat ze aan het wandelen waren in Kasten State Forest.
Van Buren, van na de revolutie.
Ik denk dat dat een show was voor onze buren.
Ik zweer het. We waren buren als we klein waren.
De buren belden de politie om 11 uur 14.
Een cadeaubon om te spenderen bij onze buren.
Jane, onze buren zijn niet.
Ze betalen de buren voor een verhaal.
Buren benoemt resident partner in Luxemburg.
Ze maken de buren wakker.
Oom Bill'?- We zijn vrienden en buren.
De buren belden de politie om 11 uur 14.
Vermijd voedselverspilling, maak contact met uw buren en verdien iets bij.
Maar ik zie hier veel van onze buren.
M'n buren hoorden ze.