Voorbeelden van het gebruik van Buren in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De EU en haar buren.
Respecteer onze buren.
Beesten bij de Buren.
Ze zijn gewoon goede buren die een stadje in nood helpen.
En onze buren, de Melechovs, hoe gaat 't daar mee?
De buren, wat ze hoorden.
Ik zoek naar vingerafdrukken en praat met buren. Misschien zag iemand iets.
Ze zijn beter af bij de buren dan in een stinkende kerker.
De parkeerwachter identificeerde de lijken van de buren, waardoor wij onschuldig zijn.
Ga buren en familie ondervragen.
Heb je de buren al ontmoet?
Heb jij geen buren aan de andere kant?
De buren zijn rustig en vriendelijk.
Buren hebben hem vanochtend zien vertrekken met een rugzak.
Duitsland zet zijn buren onder druk om dat te doen.
Het pand heeft buren, maar niet over het hoofd gezien.
De buren lieten hem binnen.
Eén van Henson's buren zag iemand twee dagen geleden zijn woning verlaten.
Haar buren zagen Amy ruziën met een vrouw.
Enkele buren van u hebben verklaard dat zij twee nachten geleden gegil hoorden.