Voorbeelden van het gebruik van Buren in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Volgens de buren zijn ze aardig.
Niet alle buren zijn doof.
Ze is naar de buren, zodat oom Finn kan bellen.
Drie buren zagen hem z'n hond uitlaten, op het moment van de ontvoering.
Geen buren, geen lawaai, alleen schoonheid en rust.
Vraag aan de buren of familie om de brievenbus regelmatig leeg te maken.
Het voeren aan uw buren overlaten is vaak geen goed idee.
Ik moet naar de buren om iets te lenen.
Ik durf zelfs de buren niets te vragen over mijn familie".
Buren zeggen dat er veel geroep was.
Enkele buren van u hebben verklaard dat zij twee nachten geleden gegil hoorden.
Uw buren zagen hem naar boven klimmen.
Je hebt de buren leren kennen?
Buren hebben hem vanochtend zien vertrekken met een rugzak.
Buren die de stereo te hard hebben staan.
De buren lieten hem binnen.
Nou, haar Ma kent Fatboy Slim's buren.
Ik heb de buren gesproken.
Er gingen schilders naar de buren.
Geen buren.