Voorbeelden van het gebruik van Communiceren in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Communiceren met het kind… is het belangrijkste.
Kun je communiceren met Varga?
Met dit land communiceren.
Communiceren deed hij via walkie-talkie met Zetterberg die op de bank zat.
Communiceren met Nielsen via deze of een andere Nielsen-website.
Communiceren met Kali is mijn domein.
Energieverbruiken en duurzaamheid kunnen communiceren in combinatie met.
Communiceren met anderen in de vergadering.
Ik denk dat communiceren het sleutelwoord is.
Iemand die met de doden kan communiceren.
Hij is een meta-mens die kan communiceren met machines.
Met Patric communiceren eenvoudig en ongecompliceerd.
Als u wilt communiceren met de natuur, genieten….
Communiceren?- Met elkaar zien praten.
Communiceren. Communiceren met wie?
Ze communiceren effici├źnter dan een verhaal of rapport.
Met u communiceren op sociale netwerken van derde partijen.
Ik blijf communiceren zolang er nog vermogen is.
Met jou communiceren, werd daardoor nog gevaarlijker.
Het is met de grootste Vreugde dat we op deze wijze met jullie communiceren.