Voorbeelden van het gebruik van Communiceren in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ze communiceren in codetaal.
Communiceren is niet haar sterkste punt. Waarvoor?
Communiceren jullie niet?
We kunnen niet met elkaar communiceren.
Wat wilden ze communiceren?
Ik kan met hem communiceren en alles vertellen.
Communiceren over Europa"- verslag van de groep Communicatie aan het bureau.
Communiceren, aanpassen, reconciliëren en empathie tonen.
Astrid. Communiceren, spreken, kennis,
Ze communiceren door chemicaliën in elkaars mond te kotsen.
Ik kan hier niet communiceren.
Ik kan met m'n symbiont communiceren.
Met de foto'Torn' wilde ik een paar dingen communiceren.
We moeten meer communiceren.
Hoe communiceren jullie?
Communiceren over Europa: welke rol wenst het maatschappelijk middenveld te spelen?
We communiceren niet zo verbaal als de westerse wereld.
Want dat vereist communiceren, verplichtingen….
Die boerin laten communiceren.
We willen graag ideeën uitwisselen en communiceren met elkaar.