Voorbeelden van het gebruik van Dat weten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Niet zeker of Deb dat wel leuk zal vinden moest ze dat weten.
Als u niet zo verbitterd was, zou u dat weten.
Victor moet dat weten.
Dat weten alle mannen.
Nu we dat weten, hoe vinden we Richard Lawson?
Ja, dat weten we.
Dat weten we, Rory.
Terugval hoort bij herstel, dat weten we.
Hoe zouden ze dat weten?
De toekomstige ster van Name Your Price moet dat weten.
Dat weten alle kandidaat-lidstaten, en Turkije moet dat ook weten. .
Dat weten, verklaart veel lang bestaande mysteries in de wetenschap.
Dat weten we al.
Dat weten we, meneer Martini.
zou je dat weten.
En dat weten de mensen in mijn omgeving.
Als we dat weten, kunnen we hem voor zijn.
Hij zegt: Dat weten we al.
Dat weten heeft mijn kop gebroken. Met niemand.