Voorbeelden van het gebruik van Dat weten in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Nee, dat weten ze niet.
Dat weten we snel genoeg. Als je lichaam één is met de maancyclus.
Dat weten alleen degenen die ik vertrouw.
Maar wie? Tot we dat weten… blijf ik bij Turing in de buurt.
Hoe moet ik dat weten? Ze sprak Chinees.
Dat weten we. Wist je het van Barry?
Dat weten we nu al.
Dat weten we momenteel nog niet.
Hoe en wat, dat weten we niet precies.
Dat weten we pas zaterdag.
Dat weten we al… Nog meer?
Als we dat weten, is de zaak opgelost.
Hoe moet ik dat weten? De min?
Waarom?- Dat weten we nog niet.
Dat weten we.
Dat weten we niet.
Waarom?- Dat weten we niet.
Dat weten we pas over een paar uur.
Dat weten we nog niet.
Dat weten we al.
