Voorbeelden van het gebruik van De broer in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Maar Karsten is beneden, met de broer van Lutz.
Dat is de broer van Danielle, samen werkzaam in het bedrijf.
Evert, de broer van Wim, ging op vakantie diverse eilanden bezoeken.
Of eigenlijk meer de broer die ik nooit gehad heb.
De broer van Lucas Maragos.
Dat is de broer aan wie Matt die briefkaarten stuurde.
Hoe heet de broer?
De broer van Quincy Jones.
Jouw leider dacht dat hij de broer van Jezus was, of zoiets.
De broer van de premier, Christopher Kamper.
De broer is te jong
Hij heet Carver. De broer van de man die ik heb gedood.
En vermoedelijk met de broer en diens vrouw.
Peter, je bent de broer die ik nooit heb gehad.
Je was de broer die ik nooit gehad had.
De broer van die man.
De broer van Todd is onze dader.
De broer regelt het.
Hij zei dat ie de broer van Duke Ellington was.
De broer heeft iets te vertellen.