Voorbeelden van het gebruik van De broer in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
De vergeten broer van Van Gogh.
En de jongere broer, Bobby?
Zeg tegen je visser dat de broer van Scofield dit heeft.
De broer waarvan ik hield is lang geleden gestorven.
Dus jij bent de broer van Mae? -Ik kom in vrede.
Dat is de broer waar ik van hou.
Ethan Shaw, de broer, zat bij ons.
Jij wilt altijd maar de grote broer uithangen.
Zelfs de broer van de koning?
Williams, de broer van Phil.
Hoe was de broer?
Je bedoelt de broer?
De kleine broer is gekomen.
Zoals de broer van die bendeleider die bij jou in het cellenblok zit.
Dood is de broer van slaap, nietwaar?'.
De broer ligt daar wellicht ook begraven.
We hebben de broer van Soraya.
Doen wat ze zeggen, de broer ruilen tegen jullie vrijheid.
Hij kent de kleine broer.
Nee, de broer van Joyce!