Voorbeelden van het gebruik van Deugdzaam in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Ecclesiastic
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Je bent op stap geweest met meneer Deugdzaam.
Succesvol, welvarend, deugdzaam.
Zie dit als een beloning… voor deugdzaam gedrag.
mild en deugdzaam.
Brutus is een dapper, deugdzaam man.
Mijn dochter is deugdzaam.
En ik zal weer deugdzaam zijn.
En ik zal opnieuw deugdzaam zijn.
Maar het is goed en deugdzaam.
Hij is helemaal niet zo deugdzaam.
Ben je deugdzaam? Alstublieft, heer?
Deugdzaam? Ooit was ik al die dingen ook.
Edel, deugdzaam.
Rick. Hij staat voor deugdzaam Amerika.
Gay is ook deugdzaam.
Je wordt een uniek en deugdzaam persoon.
Klinkt deugdzaam.
Je geeft de indruk deugdzaam en edel te zijn
En 't is deugdzaam als je 't doet voor de familie-eer.
Begint Larry een afleidingsmanoeuvre om te laten zien hoe deugdzaam hij is. Elke keer als Gertrude Lefferts haar man van iets verdenkt.