Voorbeelden van het gebruik van Godsnaam in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hoe kan je dit in godsnaam geslaagd noemen? Een geslaagde?
Wat in Godsnaam, zijn deze dingen?
Houd je mond voor godsnaam.
Wie belt jou in godsnaam zo laat?
Waarom wou je in godsnaam hierheen?
Geef me niet aan, in godsnaam. Bewaker!
Ik ga in godsnaam elke zondag naar de kerk.
Hoe in Godsnaam kwam je hier?
Waar in Godsnaam is Hue?
Wat in godsnaam betekent dat?
Wat is dat, in godsnaam?
Wat in godsnaam?
Wat heb jij in godsnaam,?
Geef me niet aan, in godsnaam. Bewaker.
Wat in godsnaam is dat ding?
Hoe kun je dit in godsnaam geslaagd noemen?
Ik smeek je, in godsnaam.
Ja, die is vrij… In godsnaam.
Wat gebeurt er hier in godsnaam?
Wat heb je in godsnaam gemaakt?