Voorbeelden van het gebruik van Godsnaam in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Waar is godsnaam is ze?
Oh nee, in godsnaam! Er zijn daar twee"S"!
Wat doe je in godsnaam, Hunter? Wat?
Wie zat er in godsnaam aan m'n kont?
Wat was dat in godsnaam, schat?
Wat doe je hier in godsnaam met me?
Hoe wist Esterhase in godsnaam van Ketellapper, Kleermaker?
Wat bezielt jou in godsnaam?- Kop dicht!
Accepteer in godsnaam z'n aanbod!
Bill. Wat mankeerd jou in godsnaam, Bill?
En wat doe ik in Godsnaam in Vancouver?
Sven-Åke, wat zegt hij in godsnaam?
We dekken ons in ook in in godsnaam.
Wie moet het in godsnaam anders zijn?
Tom? Nee. Wat heb je in godsnaam.
Hoe ga je in godsnaam duizend ideeën verspreiden?
Wat hebben ze in godsnaam met haar gedaan?
Wat bezielt me in godsnaam?
Hoe in godsnaam.
Leyla, wat is er in godsnaam aan de hand?