Voorbeelden van het gebruik van Goed ken in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Goed kunnen werken met deadlines en doelen.
Zorg dat je goed kunt communiceren met deze persoon.
Je zal niet goed kunnen studeren als je uitgeput bent.
Hoe goed kunnen uw gezinsleden met elkaar opschieten?
Hoe goed kon je haar?
Je moet goed kunnen koken als je getrouwd bent.
Hoe goed kon je met hem opschieten?
Hoe goed kan je het gebouw?
Miss Gresham wil goed kunnen leven van mijn fortuin.
Mac, hoe goed kan jij mensen inschatten?
Zelfs als je goed kunt zwemmen, lachen de haaien je uit.
Ik denk dat hij goed kan opschieten met Marion.
Hoe goed kon jij die jongen eigenlijk?
Hoe goed kon u het slachtoffer?
Hoe goed kon jij Dr. Ryerson?
Ik hoop dat u goed kan slapen, Mr. Lopez.
Hoe goed kunnen jullie captain Maynard?
Denk je dat ze goed kan opschieten met iedereen?
Eentje die goed kan dansen.
Hoe goed kon je hem?