Voorbeelden van het gebruik van Gospel in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jullie speelden Gospel in een bar.
Dat is gospel wat je zingt.
Gospel heeft niks met blank of zwart te maken.
Gospel is absoluut voor zwarte mensen.
Als hij gospel zingt barst je in tranen uit.
Wat als we allemaal wat gospel zingen aan het einde van elke avond?
Kans op neerslag de komende uren nabij de Gospel Pass.
Kans op neerslag de komende uren nabij de Gospel Pass.
Kans op neerslag de komende uren nabij de Gospel Pass.
Oh, Ik weet niet… country muziek met een beetje gospel?
Je hebt zes weken tot'The Gospel Explosion.
Maar zelfs de slechtste nikker vreest de gospel.
En het was… uh, een soort gospel show.
Nou, geïnspireerd door gospel, uiteraard.
Ze zijn gebundeld als The gospel according to Peanuts.
We zijn The Gospel Starlighters.
Ik weet niet, countrymuziek met een vleugje gospel?
Ik had het bij m'n moeder graag gehoord. Eigentijdse gospel.
Hoelang luister je al naar gospel?
En al was het wit, gospel?