HAD HEM - vertaling in Engels

had him
hebben hem
hem krijgen
hij moet
laat hem
is hij
'm nog
got him
grijp hem
zorg dat hij
stuur hem
hem hebben
gooi hem
help hem
hem te grazen
trek hem
hem er
zorgen dat hij
put him
stop hem
gooi hem
sluit hem
verlos hem
plaats hem
zet hem
leg hem
breng hem
geef hem
heb hem
took it
pak aan
doe aan
er
grijpen
overnemen
neem het
breng het
doe het
pak het
haal het
wore it
draag hem
dragen het
combineer het
hem aantrekken
trekke hem aan
have him
hebben hem
hem krijgen
hij moet
laat hem
is hij
'm nog
brought him down
breng hem naar beneden
haal hem naar beneden
hem naar beneden halen
hem neerhalen
neem hem mee
hem meenemen
saw him back
talked to him
hem spreken
praat tegen hem
spreek met hem
met hem zou praten

Voorbeelden van het gebruik van Had hem in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Ecclesiastic category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Computer category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Programming category close
Astrid, ik had hem precies waar ik hem wilde.
Astrid. I had him right where I wanted him..
Hij had hem op in het vliegtuig naar huis.
He wore it onto the plane home.
Ik had hem erop afgestuurd.
I put him in the field.
Die kleine Trickster had hem.
The little Trickster took it.
De Amerikaanse regering had hem tot een uur geleden in hechtenis.
The U.S. government held him prisoner until about an hour ago.
Ik had hem net aan de lijn.
I just talked to him on the phone.
Ik had hem boven opgesloten in mijn slaapkamer.
I had him locked upstairs in my bedroom.
Ray had hem aan het denken gezet?
Ray got him thinking?
Lowe had hem opgepakt.
Lowe put him in there.
Je had hem om toen je die Somalische prostitué bijna doodschopte.
You wore it the night you kicked that Somali rent-boy half to death.
Je had hem even hard nodig als hij jou.
You needed him as much as he needed you.
Ik had hem in mijn handen.
I held him in my hands.
Ik had hem, Lou.
I had him, Lou.
Brace had hem die baan bezorgd.
It was Brace who got him that job.
Ik had hem bijna twee jaar geleden in Bagdad.
I almost had him in Baghdad two years ago.
Maar ik had hem bijna.
But I nearly got him.
Lucy. Lucy.-Zij had hem.
Lucy. Lucy. She stole it.
Ze had hem aan een man die Spaans sprak gegeven.
She gave it to an older guy who spoke spanish.
Ik had hem in de bochten.
I had him in the turns.
Catherine Baumont had hem er binnen een paar dagen uit.
Beaumont got him off in a few days.
Uitslagen: 959, Tijd: 0.0829

Woord voor woord vertaling

Top woordenboek queries

Nederlands - Engels