Voorbeelden van het gebruik van Het constant in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze droeg het constant.
Ze verplaatsen het constant.
Bevers doen het constant.
Een paar gelukkigen horen het constant.
Mij overkomt het constant.
Ze verknoeien het constant.
Ik gebruik het constant.
Ik verpruts het constant.
Daar hadden ze het constant over.
Ja, je noemt het constant.
Ze lezen het constant.
Ik mis het constant.
En ik voel het constant.
Door het constant te herhalen wordt het een deel van ons.
Marko Pantelic maakte in het Constant Vanden Stock-stadion zijn debuut als basisspeler.
Was het constant'zeg maar nee'…
Little Boy had het constant over een voorraadje wat hij wilde oppikken.
Doe een meting zodra het constant blijft en voer dat in in tabel 2.
Het Rotterdamse Constant, opgericht in 1899.