Voorbeelden van het gebruik van Het uitleggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik zal het je uitleggen.
Mijn heer, ik kan het uitleggen.
Maar het moeilijkste deel is het uitleggen aan je kleine jongen.
Ik zal het je uitleggen. Jawel.
En dit?- Ik kan het uitleggen.
Jij mag het allemaal uitleggen, marsmannetje.
Vader zal het je uitleggen.
En Marcel?- Ik zal het hem uitleggen.
Ik was de prijzen voor de visnetten aan het uitleggen in Pinamgo.
Ik zal het je uitleggen, blijf daar. Achteruit.
Nu. Ik kan het uitleggen, Millie.
Ik was net de regels aan het uitleggen.
Ik zal het je uitleggen, blijf daar. Achteruit.
Lia, ik kan het niet uitleggen.
Hij moet het uitleggen.
Dan zal ik het je uitleggen.
Sir Edward, ik kan het uitleggen.
Dr Manning was het net aan het uitleggen.
Hey, pa.- Ik kan het uitleggen.
Ok, je bent erg goed in het uitleggen van dingen.
