Voorbeelden van het gebruik van Het uitleggen in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Ik was Harvey net aan het uitleggen.
Ik kan het niet uitleggen, maar ik kan het voelen.
Ik kan het uitleggen als je wilt.
Wacht even.- Nee! Ik kan het uitleggen.
Laat mij het uitleggen.
Ik moet het je uitleggen, omdat ik van je hou.
Quinn, laat me het uitleggen.
Lex, ik kan het uitleggen.
Hij moet het uitleggen.
Agent Coulson zal het uitleggen.
Dames, ik kan het uitleggen.
Laten we het uitleggen.
Mr Williams, ik kan het uitleggen.
Commandant, laat me het uitleggen.
En je moet het niet uitleggen.
Laat het me uitleggen, voor een middagdutje heb je geen superkracht nodig.
Kun je het uitleggen? Wie is Álex?
Ik ga het niet uitleggen maar het kan me niks meer schelen.
Als de baas erachter komt mag jij het uitleggen.
Ik was de prijzen voor de visnetten aan het uitleggen in Pinamgo.