Voorbeelden van het gebruik van Het wachten in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nu is het wachten geblazen.
Ik was op iemand in het café aan het wachten.
Bedankt voor het wachten.
Ik weet zeker dat iemand ergens op je aan het wachten is.
Het wachten zit erop.
Ze heeft een bruine koffer en ze is aan het wachten.
Het wachten is voorbij.
En ik krijg genoeg van het wachten.
Kan het niet wachten tot morgen?
Ik was toch op Rick aan het wachten.
Ik word het wachten beu.
Ik ben toch op Rick aan het wachten, dus.
Dat is het wachten waard.
En ik wil je bedanken voor het wachten.
Is het lange wachten voor de Beers voorbij.
Ze is op de pier, aan het wachten op Dixon.
En om het wachten te veraangenamen, bieden we u een champagnelunch aan.
Het wachten duurde lang en was lastig.
ik ben het wachten beu.