Voorbeelden van het gebruik van Hij luisterde in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij luisterde naar niemand behalve naar mij en mijn opa.
Hij luisterde naar mij.
En hij luisterde naar honkbalwedstrijden en rookte pijp.
Hij luisterde.
Hij luisterde naar je.
Hij luisterde naar niemand.
Hij luisterde naar elk woord.
Hij luisterde echt naar z'n patiënten.
Hij luisterde ons af, hij wist waar wij waren.
Hij luisterde beleefd en er werd niks gedaan.
Hij luisterde naar een programma.
Hij luisterde.
Hij luisterde voor iets anders.
Hij luisterde nooit, naar mij in elk geval niet.
Hij luisterde hoe ze praatten.
Hij luisterde naar m'n platen. Gast!
Hij luisterde dus toch naar ons.
Hij luisterde ons af.
Hij luisterde naar Little Richard.
Hij luisterde alleen naar zichzelf, om de waarheid te vinden.