Voorbeelden van het gebruik van Hoogleraar in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Hij is hoogleraar op Boston College.
Hij was vervolgens hoogleraar dogmatiek aan deze universiteit.
Menig hoogleraar had die opdracht graag gehad.
Hij is hoogleraar astrofysica aan Caltech.
Hij werd hoogleraar in Cambridge.
Dus jij bent hoogleraar in de psychologie.
Meer dan 30 van de onderzoekers zijn hoogleraar aan een universiteit.
Hans Achterhuis is hoogleraar Systematische Wijsbegeerte aan de Universiteit Twente.
Hij is hoogleraar astrofysica aan Caltech.
Jerry en Faye zijn beide hoogleraar.
Hoogleraar Vrije Universiteit Brussel.
Hoogleraar theologie. Steve.
Meer dan 30 van de onderzoekers zijn hoogleraar aan een universiteit.
Zijn vrouw was ook universitair hoogleraar, in de wiskunde.
zijn nu persoonlijk hoogleraar.
Gio Gutierrez was hoogleraar sociologie.
Inmiddels zijn ze allemaal hoogleraar in het recht.
Onze gast is auteur, hoogleraar en helderziende.
Welnu, haar vader was hoogleraar antropologie.
Mijn ouders waren hoogleraar.