Voorbeelden van het gebruik van Ik moet weg in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nee, ik moet weg.
Ik moet weg.
Nee, ik moet weg.
Ik moet weg, jongens.
Tommy, ik moet weg.
Daar is papa, ik moet weg.
Ik moet weg.
Ik moet weg uit deze stad zonder medelijden te voelen.
Ik moet weg en jij moet slapen.
Nee, ik moet weg.
Nee, ik moet weg.
Sorry, ik moet weg.
Ik moet weg vanavond.
Ik moet weg, chief.- Stop.
Elio! Oliver! Ik moet weg.
Sorry, ik moet weg.
Ik moet weg, maar ik spreek je nog wel.
Maar ik moet weg.
Nee, ik moet weg.
Ik moet weg van het kamp.