Voorbeelden van het gebruik van Jij bent het in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Jij bent het. Meyer.
Jij bent het.- Zeker.
Brooks. Jij bent het.
Jij bent het! Huh?
Jij bent het altijd geweest. Wat?
Maar jij bent het.
Toddy. Oh, jij bent het, Gray.
Jij bent het altijd geweest. Wat?
Gregor, jij bent het.
Jij bent het. James.
Ja, maar jij bent het altijd.
Jij bent het, Carol.
Ja, jij bent het.
Jij bent het, die me de wil geeft om sterk te zijn. .
Jij bent het of ik ben het. .
Jij bent het, Brenda.
Jij bent het, Allie.
Guthred…- Wat? jij bent het.
Arthur, jij bent het.
Wat?-Jij bent het altijd geweest. .