Voorbeelden van het gebruik van Juf in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Nee, juf.- Ik walg van jullie.
Juf Mona, zorg dat Henk….
Juf, er is iemand voor het raam.
Juf Fine stevent op zo'n afgang af.
Mijn juf van de zesde klas, Lucía De Agostini.
Juf Roos is een kinderprogramma met een herkenbaar Hollands tintje.
Als je me geen juf zou noemen, zou 't misschien beter gaan.
Juf Myers, dit is Leslie Burke.
Juf Edmunds? Hij praat.
Juf Ellis, is dat een probleem?
Caroline is de juf van haar zoon.
Mama, de juf wil met je praten.
Maar juf Roberts. Eén van hen?
Juf Jannie heeft meerdere educatieve apps voor kinderen op vakantie.
Nee, juf. Jij?
Juf Edmunds? Ja, ik mag mee.
Juf Henry was erg blij om hem te zien.
Ik ben juf Suzie. Nou, hoi.
Wat ga je tegen juf zeggen, mam?
Hier is nog een kadootje dat ik voor een juf van school had gemaakt.