Voorbeelden van het gebruik van Juf in het Nederlands en hun vertalingen in het Frans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Dag, juf Katie.
Je hebt je huiswerk gedaan, juf.
Bij de kleuters was ik al groter dan de juf.
Heel oud. Wel 156 miljoen jaar, juf.
Juf Miller, ik heb mijn tekenblok gevonden!
Haar juf wil ons uiteraard spreken!
Bedankt dat je me van juf Emily afhielp.
met het meisje van de juf.
Goedemorgen, juf.
Goedemorgen, juf.
Juf Dewitt kan er vandaag niet bij zijn.
Met de klas van juf Halloway.
Ik ben Matthews juf.
De grond trilt, juf Hoover.
Ik ben een strenge juf.
Ik heet Brad… van het derde uur Shakespeare, juf.
Uw sleutels, juf.
Je kunt wel blijven spelen voor juf. De Leeuw en juf. Bloemen.
We doen ze morgen in de koffie van de juf?
Je moet je afspraak met juf St.