Voorbeelden van het gebruik van Knechtje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik ben geen knechtje.
Prachtige toekomst. Knechtje van die stommeling van een Kay.
Waarom vraag je dat? Galavans knechtje?
Ze noemde mij je knechtje.
Wat doe je? Hier een knechtje zijn of thuis?
En ik ben niet het knechtje van de sheriff.
Bedankt. Jullie… knechtje?
Hij is mijn knechtje.
Bedankt. Jullie… knechtje?
Een partner, ja. Een knechtje, nee.
En dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende het.
En dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende het. 25.
Je nieuwe knechtje, Kitten?
En dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende het.
Uw kleine knechtje betastte mij.
Je kleine knechtje zei ons dat te doen.
En dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende het.
En dat knechtje werd groot, en de HEERE zegende het.
Hij stuurde een knechtje naar grote Claus om een schepelmaat te lenen.
Een knechtje van de South Fork vertelde mij