Voorbeelden van het gebruik van Koekje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Een koekje voor je. Kijk, Gina.
Koekje? Een val voor dieren.
Konijntje wil een koekje?
Vertel eens over dat koekje.
Het is een traditioneel Zweeds koekje.
Je hoeft enkel maar een koekje. Cara?
Laat de kinderen hun ei of koekje opeten, of mee naar huis nemen.
Een koekje? maar hoe? Het is belangrijk meer te kunnen bieden,?
Een koekje voor je. Kijk, Gina.
Hij wil z'n koekje hebben en me niet opvreten.
Smithers wil een koekje?
Ik koop 'n koekje voor je.
Je hoeft enkel maar een koekje.
Ik vond een koekje.
Suiker koekje, Hallo, kleine lieveling.
Een koekje voor je. Kijk, Gina.
Hij wil z'n koekje hebben en me niet opvreten.
Onbeperkt koffie, thee(met koekje) en mints in vergaderzaal.
Wil Polly een koekje?
Dit is een koekje, Quinn.