Voorbeelden van het gebruik van Koekje in het Nederlands en hun vertalingen in het Duits
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Ecclesiastic
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Computer
-
Official/political
-
Programming
Stel, dit koekje staat voor het gehalte psychekinetische energie.
Ik heb zo'n koekje gegeten.
Tore, hier.- Koekje?
Wil Cha-Cha een koekje?
Het Koekje belde.
Wat is het verschil tussen het stoute koekje en het brave koekje?
Dat is niet jouw koekje.
Ik wil slechts mijn mobieltje, koekje.
Of een RSS-lezer en niet de site in koekje.
Dylan wilde een koekje.
Ga spelen. Je mag een koekje pakken.
Wil Cha Cha een koekje?
Ik doe het als je het Koekje meevraagt.
Oké, ze zit nog vol van het stoute koekje.
Het is niet gewoon 'n koekje.
Waarom niet op het koekje?
Nog een koekje?
Het is een koekje, ja!
Wil Cha Cha een koekje?
Wat voor koekje?
