Voorbeelden van het gebruik van Moest zijn in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik was er heel zeker van dat ik vrij moest zijn.
Alsof het zo moest zijn.
Guy zei dat ik gemeen tegen haar moest zijn.
Ik dacht dat een astronaut een echte Gung Ho moest zijn.
Ik wist dat jij 't moest zijn.
Alsof je een soort superheld moest zijn.
U moest zijn gekomen en ons halen.
Lk ben helemaal vergeten dat ik daar moest zijn.
Vanaf mijn geboorte was ik niet zoals ik moest zijn.
Wat jij dacht dat je moest zijn.
Wist ik dat ik trots moest zijn.
Ik vond dat er iemand moest zijn voor hem.
Ik realiseerde me dat Lucy in haar kamer moest zijn.
Ik denk dat het gewoon moest zijn.
En met wie ik moest zijn.
Hij moest zijn wapen wegdoen toen ik zei dat hij dat moest doen.
En Tara vond dat ze er ook bij moest zijn.
Ze zeiden dat het de auto moest zijn.
Mecha-Kerstman werd de Kerstman die hij moest zijn.
Hij wist waar hij moest zijn.