Voorbeelden van het gebruik van Moet in bad in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet in bad.
Je moet in bad.
Ik moet in bad.
Je moet in bad… en je tanden poetsen.
Ik moet in bad en mijn uniform aantrekken.
Ik moet in bad met dit spul.
Je moet in bad.
Hij moet in bad.
Je stinkt, je moet in bad.
Je moet in bad en wat slapen voor je me aan haar voorstelt.
Sykes moet uit en Betty moet in bad en je weet hoe ze van badderen houdt met pappie.
Je stinkt. Je moet in bad als je die jongen wilt ontmoeten.
Ze moeten in bad.
Ik moet terug aan het werk en de jongens moeten in bad.
Ik moest in bad.
Jullie stinken, jullie moeten in bad, en ik ben er ziek van om naar jullie te kijkenl.
Oz moet in bad.
Ze moet in bad.
Je moet in bad.
