Voorbeelden van het gebruik van Nu ben in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Door jou ben ik de journalist die ik nu ben.
Wie ik was en wie ik nu ben.
Oh nu ben jij de regiseur zeker?
Nu ben je een universeel wezen geworden.
Nu ben je sprakeloos, he?
Jij hebt me zo gemaakt en nu ben jij de goeierik?
Heeft mij het wapen gemaakt dat ik nu ben.
En waar ik nu ben.
Nu ben je klaar om te beginnen?
Nu ben je klaar om te gaan skiën!
Nu ben ik helemaal opgeladen.
Maar nu ben je een man, hè?
Ik weet wie ik nu ben.
De infanterie heeft mij gemaakt tot wat ik nu ben.
Nu ben je niet meer zo stoer?
Nu ben je de ergste hond ter wereld.
Dezelfde leeftijd als ik nu ben.
Dat kaartje maakte van mij de agent die ik nu ben.
Nu ben je niet meer zo dapper?
Nu ben je een professional.