Voorbeelden van het gebruik van Oneens in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We waren het oneens.
Wanneer was je het voor het laatst oneens met een beslissing die werd genomen?
In plaats van 't oneens te zijn, complimenteren we elkaar.
Jullie zijn het in wat jullie zeggen oneens.
Heel wat mensen zijn het met hem oneens.
Eens of oneens.
Wij zijn het met u oneens over het beleid.
Jullie waren het oneens, maar hebben het als volwassenen besproken.
Ik ben het niet met je oneens.
Ik moet het met je oneens zijn.
De meest overtuigende vorm van oneens zijn is weerlegging.
We waren het vaak oneens, maar ik heb je altijd gerespecteerd.
Ik ben het met je oneens.
Ook kunt u het eens of oneens met de andere opmerkingen.
Is hij het ooit oneens met z'n adviseurs?
Ze is gewoon oneens met je.
Daar zijn we het niet mee oneens.
Jij en ik waren het over heel veel oneens.
Openheid te innoveren door het verhoor, oneens en suggereren binnen gedisciplineerd milieu.
Ik ben het niet oneens.