Voorbeelden van het gebruik van Ontnemen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
De algemene vergadering kan echter steeds het bindende karakter aan een dergelijke voordracht ontnemen.
Wijn en tabak ontnemen de persoonlijkheid.
Ik zal jou je wraak niet ontnemen.
Je kunt het me niet ontnemen.
Laat haar dat ons niet ontnemen.
Je wilt een vader toch niet het recht ontnemen z'n zoon te zien?
Laat haar je je ziel niet ontnemen.
Het Vaticaan zal hem zijn macht ontnemen.
Ik kan jullie toch niet jullie levensonderhoud ontnemen.
Op een dag zal zij je je kracht ontnemen.
Me m'n ontdekking ontnemen.
Jij zou mijn leven ontnemen.
Ik was mezelf ontnemen alleen te worden op 0 theelepels suiker toegevoegd.
Hij zou nooit jouw krachten zelf ontnemen.
Houd je klaar, Gabbi, ik ga je de adem ontnemen.
En hem de eer ontnemen.
U zoudt het zijn eenvoud willen ontnemen door een denkbeeldige verfraaiing?
De vrijheid waar jullie zo hard voor vochten--lieten jullie je door een minderheid ontnemen.
Niemand zal mij dat ontnemen.
Maar het ontnemen van Batman's grote geheim, baas.
