Voorbeelden van het gebruik van Opofferen in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Zijn leven opofferen zoals hij deed.
Je zou niets moeten hoeven opofferen omdat mensen homofoob en seksistisch zijn.
Mijn Heer ik had zelfs het eeuwige leven willen opofferen.
Tenzij jullie de prinses opofferen.
Jou leven opofferen zodat je kind kan leven.
Doordat m'n moeder dingen moet opofferen, denk ik: Draaien.
Wie ga je opofferen?
Soms moet je een vijf opofferen voor een tien.
Opofferen van zijn eigen bestaan om de mensheid te redden.
We moeten allemaal kleine dingen opofferen, Anne.
In een perfecte wereld zou niemand zich moeten opofferen.
We kunnen niet alles opofferen voor dat kind.
Mezelf opofferen redt alles en iedereen.
Jij moet je net zo opofferen als hij.
Soms moet je dingen opofferen.
Kun je alles dat je hebt opofferen voor hen?
Jezelf opofferen om een mens te redden.
Ik kan die jongen of wie dan ook van de bemanning niet opofferen.
wij moeten een massa opofferen voor u.
Ik zal mijn ambities niet opofferen voor een man.