Voorbeelden van het gebruik van Oudste kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ze is haar man verloren, haar oudste kind en haar vader.
Je oudste kind is zestien.
Jij bent mijn favoriete oudste kind.
Je oudste kind is zestien.
Jij bent mijn oudste kind.
Alex van Warmerdam is een zelfbewust oudste kind.
De vloek van het oudste kind.
Hij was jonger dan het oudste kind van zijn zus.
Jan was hun oudste kind.
Luid hoorbaar begint de moeder en het oudste kind over te geven.
Helen is het oudste kind.
Wat als ik altijd een dochter als oudste kind zou hebben gehad?
Wat als ik altijd een dochter als oudste kind zou hebben gehad?
Wat als ik altijd een dochter als oudste kind zou hebben gehad?
Sibulele is de zoon van het oudste kind van de moeder.
Het oudste kind, de dochter, overleefde een kogel in haar hoofd.
Roos Griffel-Wemel is het oudste kind van Ron Wemel en Hermelien Griffel.
De aandacht en verantwoordelijkheid die het oudste kind krijgt, bouwt karakter op.
Mijn oudste kind is elf, de jongste is acht.
Zo gaat dat misschien met het oudste kind.