Voorbeelden van het gebruik van Klein kind in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Alsjeblieft… Ik heb een klein kind.
Komaan, klein kind.
Zeer irritant voor mij als klein kind.
Je bloost als een klein kind.
Hij is een klein kind.
Hij jankte als een klein kind.
Ik voel me net een klein kind met een mooi groot cadeau.
Als klein kind kwam ik vaak langs de plek waar ik nu werk.
Moeder met gezond jus d'orange en haar gelukkig klein kind.
Fiona wil het liefst dat ik voor altijd een klein kind blijf.
Lucas is nog maar een klein kind.
Ik moest huilen als een klein kind.
Eén van hen was een klein kind.
Wat een klein kind.
Ik weet het. Ik ben gewoon een klein kind.
Een klein kind, maar pienter.
Schaamt u zich niet zo'n klein kind te slaan, Boğaç?
Zelfs als een klein kind was ze zo getalenteerd.
Ivan Aleksandrovitsj is 'n klein kind.
Ik ben geen klein kind meer.