GAMIN - vertaling in Nederlands

jongen
garçon
gamin
petit
gars
mec
fiston
fils
type
gosse
enfant
kind
enfant
gosse
gamin
bébé
fils
fille
garçon
môme
joch
gamin
gosse
petit
garçon
enfant
jeune
môme
gars
knul
gamin
petit
garçon
fiston
gosse
gars
mec
type
fils
enfant
jochie
gamin
petit
gosse
garçon
enfant
fiston
mon gars
mon pote
mon grand
jeune
zoon
fils
fiston
garçon
enfant
klein
petit
faible
minuscule
peu
détail
mineur
gosse
minime
restreint
minces
jong
jeune
petit
enfant
gamin
jeunesse
young
gosse
kid
gamin
enfant
petit
kinderachtig
puéril
enfantin
gamin
infantile
immature
bébé
kiddo

Voorbeelden van het gebruik van Gamin in het Frans en hun vertalingen in het Nederlands

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Gamin, regarde autour de toi.
Kid, kijk om je heen.
Il ne sait rien. Mon gamin a mordu le sien au karaté.
Nee, mijn zoon heeft tijdens karate zijn zoon in de voet gebeten.
J'avais des grenouilles quand j'étais gamin.
Ik had kikkers toen ik klein was.
Allons, ne soyez pas si gamin.
Doe niet zo kinderachtig.
Nan, j'avais juste l'habitude de jouer à ce jeu quand j'étais gamin.
Nee, ik speelde dit spelletje vaak toen ik jong was.
Tu penses avoir ce qu'il faut pour être garde, gamin?
Denk je dat je een beveiliger kunt worden, jochie?
Comment tu vas, gamin?
Hoe gaat het met jouw, kiddo?
Hé, gamin, dans quelle boulangerie les as-tu eu?
joh, van welke bakkerij stal je deze?
Il faut identifier ce gamin pour trouver et prévenir sa mère.
We moeten die knaap identificeren, zodat we zijn moeder kunnen verwittigen.
Hé, gamin, tu as vu ton frère?
Hé, kid, heb je je broer gezien?
C'est bien votre gamin que vous frappez, pas vrai?
Dat is toch jou zoon die je in elkaar slaat, toch?
Je n'y étais pas quand tu étais gamin.
ik was er nooit toen je klein was.
Fais pas le gamin.
Doe niet zo kinderachtig.
Où est le gamin?
Waar is dat jong?
Qu'est qui ne va pas avec toi, gamin?
Wat is er mis met jou, jochie?
Eh bien, alors, content de te voir, gamin.
Goed dan, leuk je te zien, kiddo.
Gamin, tu es venu ici en vélo.
Joh, je bent hier op de fiets gekomen.
Un gamin force Ralph à faire ses devoirs.
Een knaap dwingt Ralph om zijn huiswerk te doen.
Ce n'est pas un gamin, il a 20 ans.
Hij is geen kid… hij is 20.
Mike ne se soucie que de lui et de son gamin.
Mike is alleen maar bezorgd om zichzelf en om zijn zoon.
Uitslagen: 3084, Tijd: 0.1468

Top woordenboek queries

Frans - Nederlands