Voorbeelden van het gebruik van Pastoor in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Die pastoor heeft op je ingepraat?
De pastoor wilde 'm niet begraven.
Pastoor, wat kan ik voor u doen?
Hij is pastoor in Lincoln Heights.
De pastoor en zijn gezin,?
Nee. Dit gaat tussen mij en de pastoor.
Pastoor van Ars kerk,
Exordium_!” herhaalde de pastoor, om ook iets te zeggen.
Gefeliciteerd, pastoor.-Ja.
Wist de pastoor ervan?
Sorry dat die pastoor je geen geld gaf.
Bent u pastoor, David Martin?
De dode pastoor en zijn familie.
Hij is dood. Pastoor Gregory.
Nee. Dit gaat tussen mij en de pastoor.
Pastoor, er zijn monniken in Bordeaux die regelmatig voor me bidden.
U kunt pastoor aanbiedingen op prijs,
Edmund vond een pastoor om ons te trouwen in een kleine kapel.
De Pastoor had gelijk.- Bedankt, Arthur.
De pastoor wacht.