PASTOOR - vertaling in Spaans

pastor
herder
pastoor
voorganger
dominee
predikant
priester
shepherd
schaapherder
herdershond
prediker
padre
vader
ouder
pater
pa
papa
pastoor
párroco
pastoor
priester
dominee
parochiepriester
parochie
sacerdote
priester
pastoor
predikant
dominee
hogepriester
pater
cura
remedie
genezing
priester
geneesmiddel
behandeling
genezen
kuur
medicijn
middel
pastoor
reverendo
dominee
eerwaarde
reverend
pastoor
predikant
predicador
prediker
predikant
preacher
dominee
priester
pastoor
preker
voorganger
verkondiger
vicario
dominee
vicaris
plaatsvervanger
plaatsbekleder
predikant
pastoor
kapelaan
plaatsvervangende
stedehouder
pastora
herder
pastoor
voorganger
dominee
predikant
priester
shepherd
schaapherder
herdershond
prediker
párrocos
pastoor
priester
dominee
parochiepriester
parochie

Voorbeelden van het gebruik van Pastoor in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans

{-}
  • Colloquial category close
  • Official category close
  • Medicine category close
  • Financial category close
  • Ecclesiastic category close
  • Ecclesiastic category close
  • Official/political category close
  • Computer category close
  • Programming category close
Welkom bij pastoor Gustav A. Briegleb van St. Paul's presbyteriaanse Kerk.
KGF da la bienvenida al Reverendo Gustav Briegleb, de la Iglesia Presbiteriana de San Pablo.
Pastoor James denkt dat Rachaels baby een demon is.
El Predicador James cree… que el bebé de Rachel es algún tipo de demonio.
Pastoor Patricia zei dat ik iets voor een ander moest doen.
La Pastora Patricia me dijo que debería hacer algo para alguien más.
Wie had de gelegenheid om het drankje van pastoor Steven Babbington te vergiftigen?
¿Quién tuvo la oportunidad de envenenar el coctel del Reverendo Stephen Babbington?
Jij bent de pastoor.
Tú eres el predicador.
Pastoor G.G. Klinkt mooi, is het niet?
Pastora G.G. Suena bien,¿no?
Andrew, praat alsjeblieft met Pastoor Sikes. Oh.
Andrew, por favor, ve y habla con el Reverendo Sikes.
Mijn hele leven was ik pastoor.
Toda mi vida he sido un predicador.
Noah is de zoon van de pastoor.
Noah es hijo de la pastora.
Maar er is wel een verband met pastoor Driscoll.
Pero lo que sí sé que de alguna manera está relacionado al Reverendo Driscoll.
Zeg het nou, pastoor, zeg het!
¡Dilo ahora, predicador, dilo!
Ze is een pastoor, ja.
Es Pastora. Sí.
Jij bent Penny Driscoll, de vrouw van de pastoor.
Usted es Penny Driscoll. La esposa muerta del Reverendo.
Het is pastoor James.
Es el Predicador James.
Het is te danken aan pastoor James.
Todo lo que dijo, era que tenías que agradecerle al Predicador James.
Ik kom met een boodschap van pastoor James.
He venido con un mensaje del Predicador James.
Ik kwam vaarwel zeggen, pastoor.
Solo vine a decirle adiós, predicador.
Voor Augustin op z'n eerste communie van pastoor Ramon.
PARA AGUSTÍ N EN SU PRIMERA COMUNIÓN DEL PADRE RAMÓN.
Een film van Klaus Härön Brieven aan Pastoor Jacob.
Una película de KLAUS HARÖ CARTAS AL PADRE JACOB.
Pastoor Dean is aangevallen door Kasdeya in zijn kerk in het noorden.
El Padre Dean fue atacado por Kasdeya en su iglesia en el Norte.
Uitslagen: 2050, Tijd: 0.091

Top woordenboek queries

Nederlands - Spaans