Voorbeelden van het gebruik van Pastoor in het Nederlands en hun vertalingen in het Spaans
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Medicine
-
Financial
-
Ecclesiastic
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Computer
-
Programming
Welkom bij pastoor Gustav A. Briegleb van St. Paul's presbyteriaanse Kerk.
Pastoor James denkt dat Rachaels baby een demon is.
Pastoor Patricia zei dat ik iets voor een ander moest doen.
Wie had de gelegenheid om het drankje van pastoor Steven Babbington te vergiftigen?
Jij bent de pastoor.
Pastoor G.G. Klinkt mooi, is het niet?
Andrew, praat alsjeblieft met Pastoor Sikes. Oh.
Mijn hele leven was ik pastoor.
Noah is de zoon van de pastoor.
Maar er is wel een verband met pastoor Driscoll.
Zeg het nou, pastoor, zeg het!
Ze is een pastoor, ja.
Jij bent Penny Driscoll, de vrouw van de pastoor.
Het is pastoor James.
Het is te danken aan pastoor James.
Ik kom met een boodschap van pastoor James.
Ik kwam vaarwel zeggen, pastoor.
Voor Augustin op z'n eerste communie van pastoor Ramon.
Een film van Klaus Härön Brieven aan Pastoor Jacob.
Pastoor Dean is aangevallen door Kasdeya in zijn kerk in het noorden.