Voorbeelden van het gebruik van Sterven in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Ik moet sterven wil ik dat vergeten.
Hij was bang dat we allemaal zouden sterven.
Je zal doodvriezen. Je zal sterven.
Harley. Hij sterft, wij sterven.
Sterven was misschien Christy's sterkte.
Ik had moeten sterven, niet m'n moeder.
Je hersens sterven door gebrek aan zuurstof.
Die sterven, amper de korf verlaten.
Ze zullen sterven tot de laatste man.
Ik heb mensen zien sterven, mijnheer.
U weet dat ik voor u zou sterven.
Ik weet niet… Kraaien betekenen sterven.
Hij zou sterven als hij het wist.
Tegen het sterven van het licht.
Ja, je had kunnen sterven.
Voortijdig sterven, lijden en ziekte, gewelddadig is.
Ontwikkelen of sterven, toch?
De hersens sterven door gebrek aan zuurstof.
Ze moet sterven voor wat ze Fine aangedaan heeft.
Hij is dood. De mannen zagen hem sterven.