Voorbeelden van het gebruik van Stonk in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Wat stonk daar zo in de bistro? Heel grappig?
Het was vies en stonk niet goed, maar de andere kamers was schoon.
Hij stonk erger dan een schijthok langs de weg.
Hij stonk zo erg dat hij al z'n macht verloor.
Niet van mij, ik had hem geleend, en hij stonk.
De kamer stonk naar rook toen we aankwamen en… meer».
De hele zaak stonk naar halfslachtig satanisme.
Wat stonk daar zo in de bistro? Heel grappig.
Alles stonk naar pis.
Het stonk vreselijk.
Hij stonk een beetje.
De hele boot stonk naar rottend vlees.
Ja. De hele kamer stonk.
De kamer stonk naar rook toen we aankwamen en… meer».
Mijn zadel stonk nog weken naar slagersjongen.
En ze stonk vreselijk!
Ik wist waarom je haar naar keutels stonk.
Je had niet hoeven zeggen dat ze stonk.
Het stonk.
Ze stonk naar seks.