Voorbeelden van het gebruik van Uitgedokterd in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
We hebben dat al uitgedokterd, hebben we niet, Emms?
Ik heb een ontsnappingsroute uitgedokterd.
Thomas hier heeft het allemaal uitgedokterd.
Hebben we het uitgedokterd?
Ik eh… heb het uitgedokterd.
Hij heeft het uitgedokterd.
Ik heb het uitgedokterd.
Heb je dat zelf uitgedokterd?
Maar Russ heeft het uitgedokterd.
Je hebt dit echt uitgedokterd.
Ik had het allemaal uitgedokterd.
Je zat hier niet als ik dat niet had uitgedokterd.
Dat heb ik nog niet uitgedokterd.
Ik begrijp het, je hebt het goed uitgedokterd.
Ik heb het allemaal al uitgedokterd.
Die je lijkt te hebben uitgedokterd voor mij?
Heb je dat nog niet uitgedokterd?
Ik had dat nooit uitgedokterd.
Die je lijkt te hebben uitgedokterd voor mij?
Of misschien hebben ze dat nog niet eens uitgedokterd.