Voorbeelden van het gebruik van Vertrouweling in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Meer als vertrouweling.
Zijn vertrouweling vaardigheden zijn onwerkelijk.
Je bent mijn vertrouweling.
Als haar beschermer, haar vertrouweling.
Je broer is wat ze kennen als mijn vertrouweling.
Je bent z'n vertrouweling.
Ik deed een goede job als vertrouweling.
Het was zijn nauwste vertrouweling.
Dat was onze nieuwe vertrouweling.
Ze is Teach z'n adviseur en vertrouweling.
Hij at de vertrouweling.
U was Vics beste vriend, z'n vertrouweling.
Dit is Baron Afanas' vertrouweling.
je persoonlijke mentor en vertrouweling.
En dan kan jij mijn vertrouweling worden.
Je bent een maatje en een vertrouweling.
Als je iemand wil doden, dood mijn vertrouweling.
Hij is m'n collega en vertrouweling.
Dat is onze vertrouweling.
Hij werd z'n chauffeur, z'n vertrouweling.