Voorbeelden van het gebruik van Volgend weekend in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
En ik zie jou volgend weekend. Ja.
Ik kom volgend weekend. Beloofd.
Tot volgend weekend.
Volgend weekend?
Heb je volgend weekend iets?
We maken het volgend weekend wel goed.
Misschien kunnen we volgend weekend al beginnen ie verhuizen.
Komt het uit als we volgend weekend langskomen?… Mooi!
Volgend weekend ga ik naar de woestijn.
Tot volgend weekend, zoetje.
Volgend weekend, de"Braukunst live!
En volgend weekend?
En volgend weekend?
We kijken volgend weekend, beloofd.
Mijn vriendin komt volgend weekend.- Ja.
Maar volgend weekend kom ik.
Volgend weekend dan.
Ápex bood me aan om volgend weekend in Laguna Seca te racen.
Volgend weekend.
Volgend weekend, met Mauricio.