Voorbeelden van het gebruik van Vuurtje in het Nederlands en hun vertalingen in het Engels
{-}
-
Colloquial
-
Official
-
Ecclesiastic
-
Medicine
-
Financial
-
Computer
-
Ecclesiastic
-
Official/political
-
Programming
Laat dit vuurtje uitbranden.
Hou je kop en geef me een vuurtje.
Begrijpt u nu waarom ik vroeg of u 'n vuurtje had?
Hebben jullie zijn arme gebroken lichaam… geroosterd boven een langzaam vuurtje.
Laat alle smaken op een laag vuurtje infuseren.
Thor is een smeulend vuurtje.
Ja, een vuurtje.
Het nieuws verspreidde zich als een vuurtje in het dorp.
Heb je een vuurtje?
Laten we het vuurtje wat opstoken.
Ik zou wel een vuurtje maken.
Vuur. Ik heb een vuurtje nodig.
En bedankt voor het vuurtje.
Verspreid zich als een muurtje… vuurtje.
Geef me een vuurtje.
Meng alles goed door elkaar op een laag vuurtje.
Ik heb elke twintig meter een vuurtje gemaakt.
Thor is een smeulend vuurtje.
Hé, geef me een vuurtje.
Het verspreidde zich als een vuurtje.